Laatste dienst…

calculator-1020044_960_720

Ook als je pensioen nadert, is het handig om te berekenen wat eerder – deels – stoppen je oplevert

Klinkt dramatisch, maar dat is het zeker niet! Op 26 september om 0800 uur eindigt mijn laatste dienst als verpleegkundige van het VTT team van Vivent. Mijn pensioendatum ligt ergens in januari 2020, maar met een klein dienstverband en nog veel plusuren en vakantie-uren is dan mijn werkzame leven als verpleegkundige voorbij.

Ik heb eind 2018 al deeltijdpensioen genomen, waardoor ik al bijna een jaar aan het afbouwen ben. Iets wat ik trouwens iedereen kan aanraden! Het lijkt mij helemaal niks om op volle kracht door te werken en dan plotseling te ontdekken dat er inderdaad een zwart gat is als je met pensioen gaat. Nee, pensioen moet je plannen. Maak gebruik van de website van je pensioenfonds om eens te zien wat het financieel betekent als je eerder stopt (of minder gaat werken). Dat kan nog wel eens tot een verrassende conclusie leiden! Of kijk op eens op mijnpensioenoverzicht.nl  waar je ook snel kunt zien wat er voor jou in het pensioenpotje zit. Per slot van rekening is pensioen niks meer dan ‘uitgesteld salaris’: je hebt er zelf voor gespaard! Mocht je meer informatie willen: vakbonden NU91 en CNV hebben vakbondsconsulenten opgeleid tot pensioenambassadeur! Ook daar kun je met je vragen terecht.

Hoe ik mijn ‘zwarte gat’ ontwijk? Vrijwilligerswerk bij onder andere de Zonnebloem, stichting Make a Memory, het Brabants Muziek-theater, natuurtheater Kersouwe. Bestuurstaken als secretaris van Theaterkoor Stem en Hart. Ik blijf nog vier maanden betrokken bij de ondernemingsraad van Vivent, en ik blijf ook fotograferen! Dus: geraniums zijn aan mij niet besteed (en niet alleen omdat ik geen groene vingers heb)!

 

40 jaar geleden…

Op 3 september 1979 stapte ik voor het eerst het leslokaal binnen van de A-opleiding bij het Academisch Ziekenhuis in Leiden. De zusterflat aan de Rijnsburgerweg was ik al vaak langs gereden, maar dat er ook een flinke serie klaslokalen aan verbonden zat, merkte ik toen pas. Nieuweroord heette het gebouw. In de volksmond ook wel zusterflat of hunkerbunker genoemd… Het gebouw is er niet meer, gesloopt in 2017.

Bij de ingang voorbij de portier rechtsaf en dan kwam je via een hal bij de leslokalen. Ik was al wat ouder. Ieder mens heeft recht op een foute afweging in zijn leven, en die van mij was dat ik na een mislukt jaar op de HAVO, aan het werk ging bij een middenstandsorganisatie als rechter- (en linker)hand van de algemeen secretaris. Kleine organisatie, twee mensen op kantoor. Na een Zonnebloemvakantie ontdekte ik dat ik het in me had om te zorgen voor anderen, en een nieuwe carrière was geboren.

Mijn eerste afdeling was Dermatologie. Ik heb daar als geen ander scheurlinnen leren knippen en wattenstaafjes draaien. Als je keukendienst had, dan was een van de voornaamste taken het pellen van de sinaasappel voor de hoofdzuster om 10.30 uur. Er lagen nooit meer dan 5 of 6 patiënten op de afdeling. Ik kon mijn leergierigheid niet echt kwijt, dus werd mij gegund om af en toe mee te helpen op de ‘openbenenpoli’. Zes mensen – zittend naast elkaar – op een verhoging. Het was aan mij om de verbanden te verwijderen, waarna de dermatoloog een kundige blik wierp, wat doorgaf over de staat van de wond en een eventuele wijziging in de wondbehandeling. Als ik geluk had mocht ik ook de ‘eenvoudige verbanden’ weer aanleggen. Op de poli heb ik ook de termen die door de omroep werden gedaan, begrepen: “Mevrouw de Bruin” betekende koffie, en ‘lekkend dak’ was synoniem voor even pauze.

Met zijn tweetjes in de nachtdienst want het AZL bestond toen nog uit diverse paviljoens, en voor de veiligheid moest je het weinige werk ook nog verdelen. En van de statussen moest je ‘s-nachts afblijven want dat was werk voor de staf.

Het is verbazingwekkend als je nagaat hoe in die 40 jaar de zorg is veranderd. Op de afdeling had je ‘s-middags nog tijd voor haren wassen, een wandeling maken, nagels verzorgen. Pre-operatief scheren op de heelkunde afdeling betekende dat je ook ruim de tijd kon nemen om met de patiënten te praten die ‘s-ochtends al waren opgenomen. Menig gesprek zorgde ervoor dat patiënten op hun gemak konden worden gesteld. Ik heb ruim 25 jaar met plezier in het ziekenhuis gewerkt, en nu al weer ruim 14 jaar in de thuiszorg. Ook daar veranderde veel in die tijd. Een nieuwe cliënt werd via de post aangekondigd, je deed overdag alleen dienst. Nu werken we met 3-4 collega’s overdag. De administratie is een veelvoud van vroeger. Alles moet verantwoord worden. De komst van het digitale dossier verbeterde veel, maar zeker niet alles. Nu staat er altijd druk op je werk.

Veertig jaar is een hele tijd, maar het is ook voorbij gevlogen. Je hoort wel eens over ‘de goede oude tijd’. Vroeger was zeker niet alles beter, maar waar we nu mee geconfronteerd worden (personeelstekort, werkdruk, geldgebrek, te laag salaris, wet BIG II!) doet me nu wel eens terugverlangen naar die  rustige tijd dat de hoofdzuster de dienst uitmaakte, en een verpleegkundige als directeur in het bestuur van het ziekenhuis zat…

Die tijd komt niet meer terug, da’s duidelijk!