‘Wat kost dat nou helemaal?!’

Het mooie van mijn vak als VTT-verpleegkundige is dat ik op heel veel plaatsen kom en van alles meemaak. Soms gaat het om kortdurende, heftige zorg in een terminale fase. Soms kom je maanden bij mensen over de vloer, soms twee keer per dag. Dan bouw je niet alleen een band op, maar dan hoor je ook van alles. Ik geniet van die gesprekken.

Nog niet zo lang geleden stond op mijn planning een 90-jarige mevrouw met heupproblemen. Een forse ontsteking die maar niet weg wilde gaan en nu dus  door de orthopeed thuis met een intraveneus antibioticum wordt behandeld.

Mevrouw heeft een sleutelkastje voor de deur. Ik maak het kastje open, neem de sleutel eruit, bel aan en maak de deur open. Geen reactie. Ik loop de gang door en zie dat mevrouw op het toilet zit. Ik leg uit wie ik ben en wat ik kom doen, en ga alvast in de huiskamer de spullen voor het infuus klaarmaken.

‘Sorry dat ik u op het toilet moest ontvangen’ zegt ze me als zij de huiskamer binnenloopt met haar rollator.  Mevrouw neemt plaats aan tafel, ik sluit het infuus aan, schrijf het een en ander in de map. Dan is het 30 minuten wachten tot de infusie kan worden afgesloten.  Mevrouw is blij met de afleiding. Ik praat met haar wat over koetjes en kalfjes. Ik zie op mijn telefoon dat zij over een half uurtje door de collega van het wijkteam gewassen zal worden. En dat brengt het gesprek al snel op de huidige moderne middelen.  ‘Met die computers kun je zoveel tegenwoordig’ zegt ze. ‘Als ik vroeger iets aan mijn moeder vroeg, dan zei ze bijna altijd: dat hoef je nog niet te weten, dat komt wel. Nu kun je bijna alles op internet vinden.’ Niet dat mevrouw er veel gebruik van kan maken, want zij heeft slechte ogen. ‘Ik kan wel beeldbellen met mijn schoondochter in het buitenland. Zij kunnen mij dan wel zien.’ En zij verzucht: ‘Meer mensen van mijn leeftijd zouden het internet moeten leren, want dan hebben ze nog wat om handen.’

En zo kabbelt het gesprek verder: over haar verblijf in het ziekenhuis (‘ze komen daar gewoon poetsen terwijl je aan het ontbijt zit’) en dat je geen koekje meer bij de koffie krijgt daar. ‘Wat kost dat nou helemaal?’

Vlak voordat de infusie is afgelopen komt de collega van het wijkteam binnen. ‘Fijn dat je er bent’ zegt mevrouw. En zij vertelt een verhaal over haar huisarts die vroeger tegen haar moeder de opmerking maakte: ‘Jullie wassen tegenwoordig de kinderen veel te veel. Dan spoel je de vitaminen van het lichaam!’

De infuuspomp geeft aan dat hij er klaar mee is. Ik verwijder het systeem en de collega van de wijk zegt tegen mevrouw: ‘Zo, ik zal eerst even uw gehoorapparaten in doen’. Mevrouw zegt: ‘Ja, ik ben behoorlijk doof’. Waarop ik me hardop afvraag of zij wel iets heeft meegekregen van de gesprekken die wij gevoerd hebben. Gelukkig heeft zij in een groter gezelschap dan met zijn tweetjes erge moeite om alles te horen, maar daar had ze bij mij geen last van.