Het beroepsgeheim en privacy

‘Ik beloof geheim te houden wat mij in vertrouwen is verteld of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen’.

Het is ons met de paplepel ingegoten; de zorgvrager mag vertrouwen op het beroepsgeheim van de zorgverlener. Dus alles wat je als beroepsbeoefenaar te weten komt, moet je voor je houden. Ja, je mag er wel met mede behandelaars over praten, maar als daarbij grenzen worden aangegeven, dan heb je die te respecteren. Lijkt simpel, toch?!

Nou, was dat maar zo! Op de bijscholing die ik onlangs als vakbondsconsulent kreeg, werd me het begrip subsidiariteit voorgehouden. Subsidiewatte?!

Nou wist ik wel dat je niet altijd je mond mag houden, maar van dit juridisch principe had ik nog niet gehoord. Het komt er in feite op neer dat de verpleegkundige/verzorgende zich de vraag moet stellen of in voorkomende gevallen het beroepsgeheim wel kan worden geschonden.

Een voorbeeld: een cliënt vertelt jou dat zij er helemaal klaar mee is, en dat zij een pistool heeft gekocht om haar ex-vriend, die haar stelselmatig mishandelde, te vermoorden. Je mag daar toch het vertrouwelijk karakter van begrijpen, toch?! Dus, mondje dicht, tegen niemand wat zeggen!

Maar, is het mogelijk om de veiligheid van het slachtoffer op minder ingrijpende wijze kan worden beschermd dan door de politie in te lichten? Dat is dus wat jij je moet afvragen. Is dat niet zo, dan is het toegestaan je beroepsgeheim te doorbreken. Dit omdat je een acute en levensbedreigende situatie voor personen kan opheffen.

Er is een gigantisch grijs gebied te bedenken in ons werk, waar subsidiariteit niet altijd op gaat.
Bedenk dat je in voorkomende gevallen altijd contact op kan nemen met het juridisch loket van je vakbond om advies in te winnen.

Daarnaast is er ook nog altijd de mogelijkheid om anoniem te melden bij de politie, als je het niet weet. Weet wel, dat je dan voor je eigen geweten nog wel het een en ander te overdenken hebt.

Een tip: de artsenorganisatie KNMG heeft recent een handreiking beroepsgeheim en politie/justitie gepubliceerd. Vervang daarin het woord arts door verpleegkundige/verzorgende en je komt al een heel eind!

En hoe zit het dan met de privacy? Tja, is daar nog wel sprake van in het digitale tijdperk, waar je gegevens in honderden databases zijn opgeslagen? Stel, je wilt niet dat bekend wordt dat je in een ziekenhuis bent opgenomen. Als er iemand zich meldt bij de balie van het ziekenhuis met de vraag op welke kamer jij ligt, dan word je keurig doorverwezen…. Daarom willen verpleegkundigen het liefst niet in hun eigen ziekenhuis worden opgenomen, toch?!
Of, als je telefonisch een arts vraagt om gegevens voor je dossier, dan worden die gefaxt of via de e-mail verzonden zonder controle of je die gegevens ook echt wel nodig hebt.

Nee, het beroepsgeheim, dat staat nog redelijk overeind. Maar de privacy, dat kun je wel schudden, vrees ik. Kijk maar naar de manier waarop er wordt omgegaan met de medische gegevens van werknemers die zich ziek melden.

JE HEBT HET MAAR TE DOEN

Niks overleggen met met de huisarts. De familie en de arts bepalen het beleid en je hebt het maar te doen!

Zorg verlenen in een palliatief terminale fase is niet gemakkelijk. Dat is natuurlijk een open deur intrappen, maar soms wordt het je wel heel erg moeilijk gemaakt. Ik heb tijdens een recente bijscholing palliatieve zorg nog een voorbeeld genoemd uit onze praktijk van enkele maanden terug.

Een terminale cliënt komt met spoed vanuit het ziekenhuis naar huis. Mevrouw is uitbehandeld, en met sondevoeding en wondzorg is er een terminaal protocol voor mevrouw geregeld.De pijn wordt bestreden met een morfinepomp. Op basis van het PGB komt een zorgaanbieder in beeld, die met 24 uurs zorg en het inhuren van ons VTT-team begint met de zorg. Binnen enkele dagen stranden deze zorgaanbieders op het probleem dat een van de kinderen heel eigen ideeën heeft over de te verlenen zorg. Een gesprek daarover was niet mogelijk, dus werd er een nieuw bureau ingehuurd. Een weekje later kwam bureau nummer drie in beeld, want ook hier waren grote problemen.

En wat waren die problemen dan wel? Laten we het omschrijven als een verschil van inzicht in de taak van een verpleegkundige of verzorgende. In de ogen van de familie zijn zij er alleen om uit te voeren wat de familie wil en overeen is gekomen met de huisarts. Deskundigheid, eigen verantwoordelijkheid, het recht om ‘nee’ te zeggen als iets indruist tegen je beroepscode.

Een voorbeeldje: mevrouw trok met enige regelmaat haar sonde er uit. Het gebruik van morfine zorgde voor een mild delier, maar om onduidelijke redenen mocht er geen haloperidol worden gegeven. Elke keer was het een drama om de sonde weer in te brengen, maar het moest! Vragen aan mevrouw waren taboe. Voorin de rapportagemap stond met grote letters: “Er mag bij mevrouw niet worden gepraat over het beleid. Dat is iets voor de familie en de huisarts!”

Toen mevrouw voor de zevende keer de sonde eruit trok, was het toevallig in mijn dienst. ‘Mevrouw, uw sonde is eruit. Wilt u dat ik hem opnieuw inbreng?’ Terwijl ik de vraag stel hoor ik achter mijn rug hoe de familie de adem inhoudt. Ik denk: ‘wat nu als ze zegt dat ze niet wil?’ Natuurlijk breng ik dan de sonde niet in, maar hoe zal dan de familie reageren? Oftewel: moet ik me aan de eisen van de familie houden, of mag ik in dit geval mijn eigen beroepshouding laten prevaleren?

Bij mij gaf mevrouw aan dat ze de sonde wel weer wilde….

Gelukkig hoefde ik nu niet voet bij stuk te houden, want ik probeer ook als het even kan harmonieuze zorg te verlenen. In mijn overweging achteraf om de houding van de familie te ontschuldigen, ben ik eigenlijk blijven steken in onbegrip: waarom wil de familie toch tegen beter weten in een behandeling voortzetten? Waarom mogen wij dat niet bespreekbaar maken? Waarom krijgt ook de huisarts hier geen poot aan de grond?