Wie ontmoet ik vandaag?!

Ik heb in mijn werk de afgelopen tien jaar al op duizenden deurbellen gedrukt. Meestal weet ik wel wat ik vervolgens kan verwachten. Maar soms…

Een tijd geleden wordt rond half elf in de ochtend de deur geopend door – wat naar later bleek – de zus van de cliënt. Na mijn voorstellende woorden, reageert ze: ‘Ik heb jullie net gebeld, want hij is zo onrustig!’

Zij gaat mij voor naar de slaapkamer op de eerste verdieping. Ik tref daar twee vrouwen aan, een jongen in pyjama en een kale man in bed die erg oppervlakkig ademt. Ik controleer vitale functies en na het optillen van het dekbed voel ik een klamme, erg warme hand. De pols: erg zwak en snel. In mijn overdracht had ik al gelezen dat deze veertigjarige meneer een levensverwachting van een week had, maar dit is eerder een kwestie van enkele uren.

Ik neem contact op met de huisarts, die belooft snel langs te komen. Ik check nog of de onrust een andere oorzaak kan hebben, zoals een urineretentie of een reactie op de morfine. Ik leg de familie en de zoon in duidelijke woorden uit wat ik zie en wat ik denk. De jongere zoon zit vlakbij op school en wordt door een tante opgehaald. De dochter is onderweg en kan elk moment thuiskomen.

Twintig minuten na mijn binnenkomst overlijdt de man. De snelheid van zijn dood verrast ons allemaal. De huisarts komt even later binnen, op de voet gevolgd door de dochter. Die stort in als ze verneemt dat haar vader is overleden. Terwijl de arts en ik afstand nemen, volgt een van de meest dramatische vijf minuten die ik in zo’n situatie heb meegemaakt. Iedereen huilt, gilt en vloekt. Het gaat mij door merg en been.

De echtgenote wil nog heel graag bij haar man liggen. De maagsonde, de morfinepomp en de katheter worden verwijderd. We leggen haar man een stukje naar de rand van het hoog-laagbed, zodat mevrouw meer ruimte heeft. De huisarts rijdt naar de praktijk om de overlijdenspapieren te halen. Ik spreek met de zus door wat er nu moet gebeuren: familie inlichten en de begrafenisonderneming bellen. Zeg dat het goed is om koffie te zetten.

Na tien minuten, als de arts weer terug is, verlaat ik het huis waar ik – niks vermoedend – een uur eerder binnenliep. Op weg naar de volgende terminale situatie. Wie ga ik nu ontmoeten?!