Op naar het Malieveld!

De onderstaande blog schreef ik in september 2008, en is nu – 7 jaar later – nog steeds actueel, helaas….

 

“Onze week is “goed” begonnen….. Afgelopen maandag om half elf zijn wij binnen het VTT-team bijgepraat over de manier waarop het Zorgkantoor de eisen waaraan ons zorgdossier moet voldoen, heeft vertaald.

Binnen Vivent wordt druk gewerkt om te voldoen aan de HKZ-norm, de kwaliteitseisen op het gebied van de thuiszorg. Dat het zorgdossier daar ook aan moet voldoen, is logisch. Maar, wederom blijkt weer dat het specifieke werk van het VTT-team soms heel moeilijk in een adequaat bijgehouden zorgdossier is te “persen”.

Neem bijvoorbeeld de palliatieve sedatie. Die wordt opgestart op verzoek van de huisarts in situaties waarin de cliënt nonrefractaire symptomen heeft. De familie heeft tot die tijd alle zorg zelf gedaan, of uitbesteed aan een andere zorgaanbieder dan Vivent. Als die zorgaanbieder dan de indicatie zo aanpast dat de VP-uren aan Vivent worden toegewezen, dan begint de bureaucratie. Formeel moet dan in het dossier via de PES-structuur (ook wel POK – Probleem, Oorzaak, Kenmerk genoemd) de zorg volgens de NANDA worden beschreven. Allereerst moet er natuurlijk gezorgd worden voor een geldig indicatiebesluit, een anamnese moet worden afgenomen, de cliënt moet een zorgovereenkomst tekenen, elk zorgdoel moet worden besproken en geparafeerd worden door de cliënt (of diens partner). O ja, en er moet een afschrift van het protocol palliatieve sedatie in de map zitten. Als de hele papierwinkel is ingevuld ben je vaak al ruim een uur verder, maar je bent nog niet toe aan de handeling waar je eigenlijk voor kwam. Vervolgens sluit je de pomp aan nadat de huisarts de eerste bolus heeft gegeven. Anderhalve dag later (of soms nog eerder) overlijdt de cliënt. Bij het afsluiten van de zorg past een evaluatiemoment. Daar heeft op dat moment niemand behoefte aan. Vaak is zo’n evaluatie wel relevant na enkele weken. Alleen: dan geldt de indicatie voor de overleden cliënt niet meer en zul je het evalueren van de zorg moeten boeken onder AIV (Advies, Instructie en Voorlichting).

Wij verzanden met zijn allen in een bureaucratische molen waarbij het op papier verantwoorden van de zorg veel meer tijd en geld kost dan het daadwerkelijke zorg verlenen. Het bovengenoemde voorbeeld kost veel meer tijd dan feitelijk nodig is. Natuurlijk moet je er de tijd voor nemen om een palliatieve sedatie op te starten. De anamnese is belangrijk, een geldig indicatiebesluit ook. Maar wij laten ons met zijn allen op deze manier ringeloren door bemoeizuchtige regelneven en –nichten die kennelijk denken dat wij niets beters te doen hebben… En, het vervelende is: we worden erop afgerekend. Het voldoen aan de HKZ-norm betekent indirect een betere honorering van de geleverde diensten. Niet de kwaliteit van de zorg, maar de manier waarop je de administratie op orde hebt, lijkt bepalend te zijn.

Zoals een van mijn collega’s opmerkte: “Het wordt weer hoog tijd dat we met zijn allen naar het Malieveld gaan!” Wie gaat er mee?!”

 

Privacy is soms ver te zoeken

‘De medicijnen voor de meneer met de SOA aan loket 6 zijn klaar!’ Dat zullen we gelukkig nooit te horen krijgen in de apotheek . Ja, de naam van een wachtende hoor je soms nog wel eens, en als de apothekersassistent duidelijk praat dan begrijp je dat het zalfje dat verstrekt wordt voor een huidaandoening is. Maar daar houdt het gelukkig op.

Onlangs stond ik te wachten bij de apotheek om medicijnen op te halen. Voor me liep een man naar binnen, de smartphone aan het oor. Hij liep langs de nummerautomaat maar keerde al ras op de schreden terug om alsnog zijn nummertje 59 te halen. Die had ik al in mijn hand, maar op de vroege ochtend ben ik nog best meegaand. Daar komt nog bij dat ik de man ook ken. Ik steek hem het nummertje toe, zeg ‘goedemorgen’. Hij is direct aan de beurt, want in tegenstelling tot bijna altijd in mijn dorp waren er geen wachtenden bij de balie Wij komen zo aan de praat en ik vertel hem gekscherend dat je op deze manier niet eens meer incognito naar de apotheek kunt, want voor je het weet, is het bekend dat je medicijnen hebt gehaald. ’Wat zou hij toch mankeren?’ Intussen had hij de persoon die hij aan de lijn had, even aangegeven dat hij bezig was, en dus even moest wachten. De assistent helpt hem, zet de medicijnen op de balie en geeft een plastic tasje mee om ze in te stoppen.

Ik heb mijn natuurlijke nieuwsgierigheid kunnen bedwingen, heb niet gevraagd waar hij last van heeft. Al lopend naar de uitgang hoor ik hem grappen tegen zijn gesprekspartner aan de andere kant van de lijn: ‘Ik ben in de apotheek en had het met iemand over privacy. Ja, je kunt in je eigen dorp niet ongezien naar de apotheek. Nee, gelukkig roepen ze niets iets over de medicijnen voor de meneer met de SOA bij loket zes!’

En toch: we houden elkaar met zijn allen toch wel goed in de gaten. Als de apotheekbestelservice de pakken incopads thuis komt afleveren, dan hoor je bijna de voor het raam staande buurvrouw denken: ‘Ach gut, nu ook al incontinent!’ In de wachtkamer van de huisarts is het ook bijna onmogelijk om je te ‘verstoppen’ als je voor een aandoening die je liever niet bekend maakt, een afspraak hebt.

Nee, we kunnen allemaal zeggen dat we de privacy hoog in het vaandel hebben. Mensen praten toch wel, interpreteren erop los en voor je het weet, mankeer je in de volksmond van alles. Ik ben er intussen van overtuigd dat de beste manier om die privacy te bewaken is om gezonde nieuwsgierigheid van anderen te bevredigen, en op zijn tijd te zeggen: ‘Daar praat ik niet over!’

Blijft nog wel de vraag: waar had die bekende nou last van?!