Verpleegkundigen en verzorgenden in vliegende brigades!

Een duidelijk rapport! “De vinger ligt nu op de zere plek‘! Dat werd hoog tijd. Is er hoop dat er nu wel wat met het rapport wordt gedaan? Ik hoop het. Meer mensen van de IGZ op de werkvloer is er een van. Een tweede is: er komen artsen in de ‘vliegende brigades’. Het boeit mij in hoge mate waarom artsen een toegevoegde waarde zouden zijn voor die vliegende brigades. Ik lees nergens dat er ook een plek is voor de grootste beroepsgroep in de zorg, namelijk de verpleegkundigen en verzorgenden! Die toegevoegde waarde kan ik nog wel onderbouwen. Dus: meer zusters (en broeders) op inspectie in andere instellingen!

Reflectie

Mijn weblog op Nursing over reflectie heeft enkele interessante reacties opgeleverd. Een van mijn voornemens is wat meer te reflecteren. Op eigen handelen, en dat van anderen.

In de weekenddienst krijg ik het verzoek van een huisarts om een morfinepompje te starten. Ik haal de spulletjes bij elkaar, hoor net op tijd dat er een morfine cassette geleverd wordt door de dienstapotheek (bijna altijd maken wij zelf de infuuszakjes met morfine). Zo zit ik niet verlegen om de juiste toevoerlijntjes.

Einde van de dag. Ik kom bij de cliënt binnen die in een aanleunwoning verblijft. Ik geef een hand aan de familie, en loop naar de slaapkamer. In een matig verlichte ruimte ligt de cliënt: zwaar snurkend, hoofd iets achterover. Ik voel onder de deken de polsslag. Nauwelijks voelbaar aan de magere, warm aanvoelende hand. Er wordt vanuit het hooglaagbed niet gereageerd op mijn aanraking, het voorstellen en de uitleg wat ik kom doen.

Ik vraag de familie even mee te lopen naar de huiskamer. Ik leg uit: “Ik zie iemand die het heel zwaar heeft, moeite heeft met ademhalen en een nauwelijks waarneembare hartslag. Ik denk dat de allerlaatste fase is aangebroken”. Het lijkt alsof een zware last van de familie afvalt. “De dochter: “Ik dacht het wel. En de zusters hadden het nog over het aanleggen van een vochtlijst, en het hanteren van een dagnachtritme. En zojuist is er nog een luchtwisselmatras besteld!” Ik denk aan de cliënt die comateus in bed ligt, en op de bijna onmogelijke wijze waarop we dan die luchtwisselmatras op het bed moeten krijgen. Gelukkig wordt mijn advies om die matras af te bestellen, snel opgevolgd.

Ik maak de morfinepomp klaar, sluit hem aan en leg aan de dochter uit op welke knop te drukken als er een extra dosis nodig is. Ik vertel dat ik de volgende ochtend om 0800 uur terug kom. Mocht er voor die tijd iets gebeuren, dan kan de zorgcentrale worden gebeld.

De volgende ochtend 0700 uur. SMS-je van collega: cliënt is uurtje eerder overleden. Ik stap in de auto en rij naar het adres. Condoleer de familie en hoor dat de laatste uren goed zijn verlopen. Met een kaarsje en de favoriete klassieke muziek zacht aan. Met de familie om het bed. Rustig ingeslapen. Zoals het hoort.

Terugkijkend? Tevreden over de manier waarop ik het heb aangepakt. Fijn van de familie te horen dat ze blij waren met iemand die professioneel en duidelijk overkwam. Vertelde wat hij zag, zorgvuldig de juiste woorden kiezend.
Niet tevreden over het feit dat collega’s niet goed hebben geobserveerd. Mogelijk veel te lang hebben vastgehouden aan het aloude principe van het ‘verplegen volgens het boekje’. Palliatief terminale zorg is niet zorg volgens het boekje, maar zorg op maat!

Nu nog een manier bedenken om dat aan die collega’s duidelijk te maken zonder op gevoelige tenen te trappen of professionele zieltjes te raken. Hoe?! Ik weet het nu nog even niet. Moet ik nog eens goed over nadenken!